School voor praktijkonderwijs, vmbo-lwoo en internationale schakelklas

Op SG W.J. Bladergroen wordt onderwijs verzorgd in kleinere klassen voor de eerste twee leerjaren van het VMBO (de “onderbouw”). De onderbouw werkt aan verbetering van het onderwijsrendement in een doorlopende leerlijn met de bovenbouw (leerjaar 3 en 4) op onze andere PSG-VMBO scholen (SG Nelson Mandela, SG Antoni Gaudí, SG Gerrit Rietveld). De individuele leerling staat bij ons centraal. Dat wil zeggen dat we voor iedere leerling een ontwikkelingsperspectief (OPP) maken waarbij we de leervorderingen en onze pedagogisch-didactische aanpak toespitsen op de individuele behoefte van iedere leerling.

Taal, rekenen en het werken aan competenties krijgen extra aandacht. Vakdocenten en mentoren werken samen met de leerling aan het behalen van de doelen uit het ontwikkelingsperspectief (OPP). Ook de ouders zijn erg belangrijk in ons onderwijsproces. Zo wordt van ouders verwacht dat zij het handelingsplan onderschrijven en ondertekenen en samen met hun kind het handelingsplan regelmatig doornemen. De samenwerking met thuis is een belangrijke basis voor ons onderwijs.

lestijden vmbo onderbouw + isk (veranderingen voorbehouden)

       
Lesuur Aanvang Einde  
1 08.30 09.15  
2 09.15 10.00  
1e pauze 10.00 10.15 15 minuten
3 10.15 11.00  
4 11.00 11.15  
2e pauze 11.45 12.15 30 minuten
5 12.15 13.00  
6 13.00 13.45  
3e pauze 13.45 14.00 15 minuten
7 14.00 14.45  
8 14.45 15.30  
9 15.30 16.15  




 

 

 

 

 

 

 

 

In de pauzes blijven de leerlingen in principe op het terrein van de school, tenzij leerlingen naar de gymzaal/het sportpark gaan. De  lessentabellen van de 1e en 2e klas vindt u in bijlage 2.


VMBO-LWOO
Dit is voor leerlingen die een indicatie leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) hebben en daarom beter functioneren in kleinere klassen. Zij hebben de mogelijkheid door te stromen naar het 3e leerjaar van het VMBO. VMBO met intensieve begeleiding en ondersteuning Dit is voor leerlingen die al dan niet een indicatie leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) hebben en die extra begeleiding nodig hebben op sociaal-emotioneel gebied. Ook zij zijn gebaat bij een kleinere en veiligere leeromgeving. Deze leerlingen stromen indien mogelijk na een of twee jaar door naar een van de leerwegen van het VMBO.

Leergebieden
In de VMBO-onderbouw wordt een aantal vakken gecombineerd gegeven door dezelfde docent. Deze combinaties worden leergebieden genoemd. Door deze werkwijze is het aantal docenten dat les geeft aan een klas verkleind. Bovendien krijgen de leerlingen meer inzicht in de samenhang tussen vakken.

De leergebieden bestaan uit de volgende combinaties van vakken:
• Mens en Maatschappij (M en M)/aardrijkskunde, geschiedenis en economie.
• Mens en Omgeving (M en O)/biologie en verzorging.
• Beeldende Vorming/handvaardigheid, tekenen en textiele werkvormen.

Het mentorsysteem
Bij de VMBO-onderbouw vervult de mentor naast de algemene mentortaken de rol van studiebegeleider en coach van zijn klas. Hij bespreekt met de leerlingen de consequentie van een werkkeuze en het tempo van het werken tijdens de maatwerkuren en ziet toe op het compleet afwerken van de planners. Door de planners van de leerling te raadplegen, heeft de mentor voortdurend een compleet inzicht in de vorderingen van de leerling en kan hij de leerling doeltreffend adviseren. Wanneer de taak niet af is, kan de leerling van de mentor de opdracht krijgen, om het werk alsnog onder begeleiding af te maken na afloop van de laatste les op het officiële lesrooster.

Er vinden regelmatig leerlingbesprekingen plaats waarin de mentor steun en hulp kan vragen aan het kernteam of een beroep kan doen op het zorgteam. De mentor heeft tenminste drie keer per jaar een voortgangsgesprek met elke leerling van zijn mentorgroep. Tijdens het gesprek bespreekt de mentor met de leerling zowel zijn resultaten in cijfers als zijn resultaten op het gebied van de kerncompetenties: plannen & organiseren, zelfstandig werken en samenwerken. Bij het VMBO komen de ouders voor de herfstvakantie op school om het ontwikkelingsperspectief (OPP) met de mentor te bespreken en te ondertekenen. Een evaluatie en bijstelling van dit ontwikkelingsperspectief (OPP) volgt op de helft van leerjaar 1, aan het eind van leerjaar 1 wordt het ontwikkelingsperspectief (OPP) voor leerjaar 2 gemaakt. Dit gebeurt altijd tijdens een driehoeksgesprek (leerling, ouders en school). In leerjaar 2 blijven de driehoeks- en loopbaangesprekken een belangrijk onderdeel van de begeleiding.

Praktische Sectororiëntatie (PSO)
In de eerste en tweede klas staat het programma Praktische Sectororiëntatie in het teken van studie en beroep. Deze kennismaking met de beroepssectoren noemen we de Praktische Sectororiëntatie (PSO) en Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding (LOB-lessen). Deze lessen zorgen ervoor dat elke leerling een beeld krijgt van de sector en de beroepen die horen bij deze sectoren. Zo helpen we onze leerlingen om een goede keuze voor de Bovenbouw te maken.

Studiekeuze of vervolgloopbaan
Afhankelijk van zijn motivatie, zijn capaciteiten en de geleverde prestaties zet een leerling in de bovenbouw van het VMBO zijn studie voort in:
• de basisberoepsgerichte leerweg
• de kaderberoepsgerichte leerweg
• de mavo.

De leerwegen sluiten aan op de niveaus van de opleidingen in het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO), zoals die worden aangeboden door een Regionaal OpleidingsCentrum (ROC). De bovenbouw van het VMBO leidt nog niet op voor een beroep. De leerlingen worden voorbereid op het vervolgonderwijs. De leerling wordt bij zijn studiekeuze begeleid door de docenten PSO (Praktische Sector Oriëntatie) en door de mentor van het tweede leerjaar.

In het tweede leerjaar wordt uitgebreid stilgestaan bij de overstapmogelijkheden naar het derde leerjaar. Dit gebeurt tijdens de LOB lessen en tijdens de mentorlessen. Ook tijdens de driehoeksgesprekken en de ouderavond in het tweede leerjaar komt dit aan bod.

Toetsing en overgang
De VMBO-leerlingen krijgen 4 keer per jaar een officieel rapport. Na het tweede rapport is er voor ouders/verzorgers tijdens 10-minutencontactavonden de mogelijkheid over de prestaties van een leerling met de vakdocenten te spreken. Wanneer de prestaties of het gedrag van een leerling daartoe aanleiding geven, neemt de mentor ook tussentijds contact op met de ouders. Indien nodig kunnen ouders ook tussentijds een gesprek met de mentor of een vakdocent aanvragen. Naar aanleiding van de rapportenbesprekingen kan een leerling worden verplicht om na schooltijd onder begeleiding van een docent te werken aan één of meerdere taken. De mentor stelt de ouders/verzorgers en de leerling hiervan op de hoogte.

Toetsen en herkansingen
Een leerling kan verplicht worden bepaalde toetsen (of delen van toetsen) te herkansen voor dat vak of die vakken, waarvan de resultaten een bedreiging vormen voor de overgang. In de klassenteam- vergaderingen wordt hierover besloten. Afspraken over het inhalen van toetsen zijn  bindend. Een leerling heeft ook de mogelijkheid een toets te herkansen, als die toets een onvoldoende heeft opgeleverd en de leerling om bepaalde redenen (ziekte, faalangst, black-out, familieomstandigheden) de toets niet naar behoren heeft kunnen voorbereiden en maken. Dit herkansen gebeurt op vrijwillige basis. Een afspraak ervoor dient echter wel nagekomen te worden. Wordt de afspraak niet nagekomen, dan wordt dit aangemerkt als ongeoorloofd verzuim.

Aan het eind van het schooljaar besluit het kernteam o.l.v. de teamleider aan de hand van de resultaten en de overige informatie uit het leerlingvolgsysteem in welke klas de leerling geplaatst wordt. Bij de bevordering tellen alle vakken gelijkwaardig mee en worden de cijfers als volgt afgerond 5,50 = 6 en 5,49 = 5. Een 5 telt voor 1 minpunt, een 4 voor 2 minpunten en een 3 of lager voor 3 minpunten. In bijzondere gevallen beslist het kernteam of, indien de teamleden niet meer bijeen komen, de teamleider.

Tussentijds wisselen van niveau (bv van Basis naar Kader of van Kader naar Mavo)
Dit is alleen mogelijk als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De mentor vraagt advies aan het docententeam van de leerling, bij positief advies vanuit het docententeam brengt de mentor de leerling in bij het zorgteam. Na positief advies van orthopedagoog, SMW, zorgcoördinator en teamleider kan een leerling overgeplaatst worden naar een ander niveau.

Overgang van leerjaar 1 naar leerjaar 2 (Basis, Kader en Mavo)
Een leerling gaat over als hij maximaal 1 minpunt heeft op zijn overgangsrapport of 2 minpunten met een compensatiepunt voor een ander vak. Indien dit niet het geval is, bekijkt het klassenteam onder leiding van de teamleider welk vervolgtraject het beste bij de leerling past.

Overgang van leerjaar 2 naar leerjaar 3 (Basis, Kader)
Een leerling gaat over als hij maximaal 1 minpunt heeft op zijn overgangsrapport of 2 minpunten met een compensatiepunt voor een ander vak. Indien dit niet het geval is, bekijkt het klassenteam onder leiding van de teamleider welk vervolgtraject het beste bij de leerling past.

Overgang van leerjaar 2 naar leerjaar 3 (MAVO)
Een leerling gaat over als hij maximaal 2 onvoldoendes heeft, waarvan 1 vier of lager. Er mag maximaal 1 onvoldoende voorkomen in het vakkenpakket. Indien dit niet het geval is, bekijkt het klassenteam onder leiding van de teamleider welk vervolgtraject het beste bij de leerling past.

INSCHRIJVEN5-198

Dit is Bladergroen!

Vmbo-onderbouw
Speciale kleine klassen voor leerlingen met leerweg ondersteuning (lwoo) of sociaal-emotionele ondersteuning. Leerwegen: basisberoeps (BB), kaderberoeps (KB) en mavo. De meeste leerlingen gaan na 2 jaar naar SG. Gerrit Rietveld (bovenbouw vmbo).

Praktijkonderwijs

Vijfjarige opleiding voor leerlingen waarvoor het vmbo niet haalbaar is. Praktisch onderwijs (doe-onderwijs) dat opleidt voor de uitvoering van eenvoudige werkzaamheden op de arbeidsmarkt.

Internationale Schakelklas
Onderwijs voor nieuwkomers met extra lessen Nederlands, ter voorbereiding op het voortgezet onderwijs.

Bladergroen op Twitter