School voor praktijkonderwijs, VMBO-LWOO en Internationale Schakelklas

Praktijkonderwijs

Het Praktijkonderwijs heeft de opdracht om haar leerlingen voor te bereiden op een zelfstandige deelname aan het maatschappelijk proces. We werken samen met onze leerlingen aan een loopbaan voor het leven, waarin zelfstandig wonen, zinvolle vrijetijdsbesteding en een plaats op de arbeidsmarkt centraal staan. Daarom kijken we als eerste naar wat een leerling kan en wil. Samen werken we toe naar een passende werkomgeving of vervolgopleiding. In ons onderwijsconcept leren wij onze leerlingen om zelf keuzes te maken en zelf verantwoordelijkheid te nemen.

Een leerling is in principe toelaatbaar indien de aangemelde jongere een leerachterstand heeft van drie jaar of meer in combinatie met een IQ dat ligt tussen de 55 en 75.

Kenmerken van Praktijkonderwijs:

  • Uitdagend onderwijs.
  • Leren door te doen.
  • Arbeidsvaardigheden ontwikkelen via stages in de praktijk.
  • Competentiegericht leren.
  • Vergroting van welzijn van de leerlingen op school en in de maatschappij.
  • Vergroting van de kansen van de leerlingen op de arbeidsmarkt.
  • Intensieve contacten met ouders/verzorgers.
  • Veiligheid en geborgenheid in de school hebben veel aandacht.
  • Het werk van de mentoren en docenten wordt ondersteund door een zorgstructuur.


De mentor is de spil in de begeleiding van de leerlingen. Samen met de leerling en de ouders wordt een plan gemaakt voor een leerroute. Dit noemen we een Individueel OntwikkelingsPlan (IOP). Bij start van het schooljaar vinden de eerste gesprekken plaats die ongeveer elke negen weken worden herhaald. Iedere 18 weken (dus 2 keer per jaar) zitten ouders, leerling en mentor om de tafel om de afgelopen periode te evalueren en gezamenlijk doelen voor de komende periode op te stellen. Deze gesprekken duren ongeveer een half uur. Van ouders wordt verwacht dat zij in overleg met de mentor een geschikt moment kunnen vrijmaken. De gesprekken vinden plaats onder schooltijd.

Profijt

Profijt is de digitale leeromgeving van het Praktijkonderwijs. In deze digitale leeromgeving staat ook het IOP van de leerlingen. Leerlingen ontvangen hun leeropdrachten van de docenten, ze kunnen bij de opdrachten bewijzen plaatsen. De opdrachten worden door leerlingen en docenten gewaardeerd en vervolgens afgerond. Afgeronde opdrachten worden geplaatst in het IOP/portfolio. Ouders kunnen inloggen in Profijt en daar volgen aan welke opdrachten hun kind werkt en welke resultaten er behaald worden.


Het ontwikkelingsperspectief

Bij toelating tot het Praktijkonderwijs stelt de school op basis van de onderzoeksgegevens en de informatie van de vorige school het voorlopige Ontwikkelingsperspectief (OPP) op. Het OPP leidt tot een uitstroomperspectief. Dit kan zijn: leren, leren/werken, werken of anders. Binnen zes weken na de start van het schooljaar bespreken school, leerling en ouders het voorstel en komen tot gezamenlijke vaststelling. Het OPP met uitstroomperspectief wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

Leerlingen in het Praktijkonderwijs hebben een specifieke onderwijsbehoefte.

Ze hebben instructie nodig die:

  • begrijpelijk, op niveau en doelgericht is
  • leerlingen erbij betrekt door voorkennis te activeren en te werken met concrete voorbeelden
  • werkvormen zijn gevarieerd en gericht op “zelf-doen”.
  • in de lessen wordt gewerkt met het zgn. “activerend didactisch lesmodel”(ADI)


Ze hebben ondersteuning nodig die:

  • uitgaat van goed klassenmanagement met duidelijke regels en routines, van onderling respect
  • uitdaagt en stimuleert tot denken en leren
  • oplossingsgericht coachend is.

Ze hebben feedback nodig die:

  • Ze hebben feedback nodig die:
  • gericht is op het proces
  • uitdaagt tot reflecteren.


Praktijkonderwijs is in principe eindonderwijs. Voor leerlingen die daar de motivatie en de capaciteiten voor hebben, kan er op SG W.J. Bladergroen aansluitend op het Praktijkonderwijs een Entree-opleiding (MBO1) worden gevolgd. Deze opleiding wordt in samenwerking met een ROC verzorgd. Dit traject kan afgesloten worden met een Entree-diploma.

De lessentabellen van het Praktijkonderwijs vindt u in bijlage 2.

Het Praktijkonderwijs van W.J. Bladergroen is onderverdeeld in een:

  • Onderbouwperiode, leerjaar 1 en 2
  • Bovenbouwperiode: leerjaar 3, bovenbouw leerjaar 4 en 5
  • Entree-opleiding.

Lestijden Praktijkschool (veranderingen voorbehouden)

 

Lesuur Aanvang Einde
1 08:30 09:15
2 09:15 10:00
  1e pauze 10:00 10:15 (15 minuten)
3 10:15 11:00
4 11:00 11:45
  2e pauze 11:45 12:15 (30 minuten)
5 12:15 13:00
6 13:00 13:45
  3e pauze 13:45 14:00 (15 minuten)
7 14:00 14:45
8 14:45 15:30
9 15:30 16:15

 

Opbouw praktijkonderwijs

In het Praktijkonderwijs kunnen we verschillende fases onderscheiden:

Onderbouw: leerjaar 1 en 2

De onderbouw wordt gekenmerkt door een eerste oriëntatie op de vijf verschillende sectoren en een onderwijsaanbod dat gericht is op algemene praktische vaardigheden (zelfredzaamheid). Aan het eind van de onderbouw wordt samen met de leerling een keuze voor twee mogelijke beroepssectoren bepaald.

Bovenbouw: leerjaar 3

De leerling kiest twee praktijkvakken voor een mogelijke beroepssector. Er vindt een verdere oriëntatie plaats op persoonlijke interesse, capaciteiten en inzet van de leerling. Leerlingen maken kennis met beroepsvaardigheden door de interne stages en de leerling werkplekken.

Het doel van het 3e leerjaar is:

  • oriënteren op een beroepssector.
  • ontwikkelen van algemene arbeidscompetenties.
  • ontwikkelen van de sociale competentie en zelfredzaamheid van de leerling.
  • ontwikkelen van stage vaardigheden.
  • aanbieden van algemeen vormend onderwijs.

Bovenbouw: leerjaar 4 en/of 5

Leerlingen kiezen hun definitieve sector en gaan twee dagen in de week naar een stageadres. De stages vinden plaats in het vakgebied waar de competenties en interesses van de leerling liggen. De leerling wordt gericht begeleid op het verwerven van een arbeidsplaats en het behouden daarvan. Het leren van sociale vaardigheden vormt een essentieel onderdeel hierbij.

Entree – opleiding (MBO niveau 1)

Aan het eind van de bovenbouw ronden de leerlingen de praktijkschool af met een diploma voor Praktijkonderwijs. Na het behalen van het PRO-diploma kan, indien mogelijk, gestart worden met de Entree-opleiding. Deze opleiding kan 1 of 2 jaar beslaan. De Entree-opleiding bereidt jongeren voor op de arbeidsmarkt of op doorstroming naar een mbo-2-opleiding.

Stages

Stages vormen een belangrijk onderdeel binnen het Praktijkonderwijs. Omdat veel leerlingen na het Praktijkonderwijs gaan werken, is het belangrijk om de leerlingen voor te bereiden op hun houding en rol in een bedrijf. Daarnaast leren onze leerlingen in de praktijk en kunnen ze ervaren in welk vakgebied ze willen werken.

Het aanbieden van een stage gaat heel geleidelijk. Het begint bij de interne stage, dat is een stage binnen de school. Leerlingen leren door allerlei werkzaamheden te verrichten in de schoolkantine, schooltuin, keuken, in en rond de school. Na de tweede periode in het derde leerjaar gaat de leerling stage lopen bij één van de bedrijven van ons vaste netwerk aan externe stageplekken. Dat noemen wij een leerling werkplek (LWP). De LWP is oriënterend en duurt ongeveer 10 weken. Vanaf het vierde leerjaar gaan leerlingen voor hun stage naar een bedrijf op maat in een sector waar de leerling zich in wil specialiseren (externe stage). Op school worden de lessen hierop afgestemd. De leerlingen in de leerjaar 4,5 gaan meestal twee dagen per week naar het stage-adres.

Stage (extern) is bedoeld als arbeidstraining en beroepsoriëntering buiten school in het bedrijfsleven om werkervaringen op te doen zodat zij aan het einde van hun schoolloopbaan zo naadloos mogelijk kunnen instromen in een bedrijf en de maatschappij. De stages voor de Entree opleiding moeten bij erkende leerbedrijven worden gevolgd. Bij deze bedrijven wordt ook de “Proeve van Bekwaamheid” afgenomen.


Huiswerk

In alle leerjaren is huiswerk een onderdeel van het schoolprogramma. Leerlingen leren om te plannen en te organiseren. Daarnaast is een belangrijke doelstelling van huiswerk maken om het niveau van taal en rekenen te verbeteren. Ouders kunnen hieraan bijdragen door hun kind hierbij te steunen. Op het Praktijkonderwijs proberen wij het huiswerk zoveel mogelijk in digitale vorm aan te bieden.

Toetsing en overgang

In het Praktijkonderwijs staat de jongere en zijn loopbaan centraal. Op W.J. Bladergroen streven we naar onderwijs op maat. Het ontwikkelingsperspectief van de jongere, zijn motivatie, potentieel, en leer- en ondersteuningsvraag, is de maat. Een leerling kan soms langer over een onder- of bovenbouw doen. Aan de hand van de individuele mogelijkheden kan afgesproken worden om iets sneller of iets minder snel de leerjaren en de daarbij horende leerlijnen te doorlopen.

Schoolkamp 2e leerjaar

Aan het eind van het 2e leerjaar gaan de leerlingen uit de tweede klas drie dagen op schoolkamp. In de eerste twee leerjaren is veel aandacht besteed aan sociale relaties en zelfredzaamheid op het gebied van wonen, werken en vrije tijd. In dit kader is het schoolkamp een feestelijke afsluiting van dat waar de eerste twee jaar aan is gewerkt. De schoolreis wordt gedeeltelijk betaald uit de ouderbijdrage en door een extra betaling van de ouders van € 100,-. De leerlingen van de andere leerjaren gaan in de loop van het schooljaar een dag met elkaar op schoolreis. De schoolreizen van de deze leerjaren worden vanuit de ouderbijdrage betaald (zie ook pagina 5).

Diploma Praktijkonderwijs

Aan het diploma Praktijkonderwijs worden eisen gesteld, waardoor het zowel voor de leerling als de omgeving waarde krijgt en maatschappelijk relevant is. Deze eisen betreffen de volgende domeinen uit het onderwijsprogramma:

  1. Er dienen bewijzen/certificaten op het gebied van wonen, werken, vrije tijd en burgerschap te worden behaald.
  2. Er is een aantoonbare cognitieve ontwikkeling op het gebied van Nederlandse taal en rekenen.
  3. Er is tenminste één stage met voldoende beoordeling afgerond.
  4. Er is voldoende deelname aan het onderwijsproces geweest; een minimale aanwezigheid van 80% bij de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld bij te behalen bewijzen, bij stages).

De wijze waarop het onderwijsleerproces wordt georganiseerd en leerlingen competenties verwerven verschillen per praktijkschool. De eindtermen die worden geëxamineerd zijn voor alle praktijkscholen in de regio Noord Holland gelijk. De bewijzen van de verworven competenties worden opgenomen in een examendossier. De schoolloopbaan wordt afgesloten met een examen in de vorm van een “panelgesprek”. 

Dit is een gesprek met de leerling, een examinator uit de eigen school (mentor) en een gecommitteerde die verbonden is aan een andere praktijkschool. Het examendossier en het (digitale) portfolio vormen de basis voor dit gesprek.

De leerling levert het bewijs voor de eisen van het Pro-diploma door behaalde bewijzen/certificaten in een examendossier te verzamelen. Er worden eisen gesteld aan het behalen van de certificaten en opdrachten, maar ook aan de hoeveelheid certificaten die er behaald moeten worden. Is de beoordeling van het gesprek en de inhoud van het examendossier voldoende, dan is de leerling geslaagd.

Eisen voor het behalen van het diploma Praktijkonderwijs

De eisen zijn vastgelegd in het reglement PRO-diploma (ligt ter inzage bij de directie). Daarnaast is er voor ouders en leerlingen een handboek en een overzicht van de benodigde bewijzen. Deze wordt uitgereikt in de bovenbouw. De school is verplicht om aan alle leerlingen ook die zonder diploma die praktijkschool verlaten een getuigschrift Praktijkonderwijs uit te reiken.

Entree opleiding (MBO niveau 1)

Bladergroen biedt in samenwerking met ORGB (een ROC) de opleiding Entree aan. Binnen deze opleiding zijn er negen profielen. Het profiel waarvoor de leerling kiest moet passen bij de stage/BPV.

  • 25250 - Assistent bouwen, wonen en onderhoud
  • 25251 - Assistent dienstverlening en zorg
  • 25252 - Assistent horeca, voeding en voedingsindustrie
  • 25253 - Assistent installatie- en constructietechniek
  • 26254 - Assistent logistiek
  • 25255 - Assistent mobiliteitsbranche
  • 25256 - Assistent procestechniek
  • 25257 – Assistent verkoop/retail
  • 25258 - Assistent plant en (groene) leefomgeving
Wat moet de leerling (deelnemer) ervoor doen?

Je volgt theorie- en praktijklessen via school. Zo ontwikkel je praktische vaardigheden in je werkomgeving. Naast de praktische leervakken is er aandacht voor de Nederlandse taal, maar ook voor rekenen, LB (Loopbaan en Burgerschap) en een keuzedeel. Daarnaast stel je een portfolio samen waaruit blijkt welke vaardigheden en kennis je je eigen hebt gemaakt tijdens de opleiding.

Beroepspraktijkvorming

In deze opleiding ga je minimaal 16 uur per week stage lopen bij een erkend leerbedrijf. Daarnaast ga je drie dagen per week naar school, om je theorielessen te volgen. In de opleiding dien je minimaal 640 praktijkuren per opleidingsjaar te maken en ga je 360 uur naar school voor je theorielessen.


Examen

Het examen bestaat uit verschillende onderdelen:

  • een afgerond portfolio
  • examen rekenen en Nederlands
  • voldoende beoordeling voor stage/BPV
  • Proeve van Bekwaamheid.


In januari wordt een Bindend Studieadvies gegeven.

Leerlingen die in de loop van het schooljaar 18 jaar worden

De leerlingen die 18 jaar worden gedurende het schooljaar dienen een aantal zaken rekening te houden:

  • De kinderbijslag stopt aan het eind van het kwartaal waarin je 18 jaar wordt
  • Na je 18e heb je recht op scholierenbijdrage (let op: dit is geen studiefinanciering zoals die geldt voor het MBO)
  • De schoollierenbijdrage vraag je aan bij DUO met een formulier of met je DigiD. 
    je huidige school is dan WJ. Bladergroen praktijk
  • De aanvraag kan je 3 maanden voor je 18e doen
  • Je moet een zorgverzekering afsluiten
  • Je kan een zorgtoeslag aanvragen bij de belastingdienst ook met je DigiD